Delicate evenwichtsoefening
Nieuw Zuid, met meer dan 2.000 woningen één van de grootste stadsuitbreidingen van België, ligt op een oud spoorwegterrein langs de Schelde, naast het geliefde Antwerpse Zuid. Het masterplan kreeg vorm nadat Triple Living en de stad Antwerpen er begin jaren 2010 een ontwerpwedstrijd voor uitschreven. Het Milanese bureau Studio Secchi-Viganò, onder leiding van architect Paola Viganò, won die wedstrijd en leverde eind 2012 het masterplan op. Later werkte landschapsarchitect Bas Smets, die toen nog een pak minder bekend was dan vandaag, het ontwerp voor het park en de publieke ruimte verder uit.
Stefan Paeleman legt uit waarom masterplanning sowieso een lastige oefening is: “Een masterplan is een langetermijnvisie waarbij je eigenlijk een beetje de toekomst wil voorspellen. Het probleem is dat dat niet te rigide mag zijn, want je moet eigenlijk voortschrijdend inzicht en de kennis van het moment kunnen laten spelen.” Dat evenwicht tussen een duidelijk kader en de ruimte om bij te sturen noemt hij de kern van goede gebiedsontwikkeling.
Gebouwen in een park, geen park rond gebouwen
Wat Nieuw Zuid architecturaal bijzonder maakt, is de open bouwblokkenstructuur. In plaats van de klassieke gesloten Belgische bouwblokken koos het masterplan voor losstaande volumes met publieke en private (semi-) open groenzones die mee het straatbeeld bepalen. “Wij hebben hier een open structuur met losse bouwvolumes, waardoor de groenzones rond de gebouwen en de private binnentuinen ook een rol spelen in het algemene beeld van Nieuw Zuid,” vertelt Paeleman. “En daardoor voelt die vrij hoge stedelijke densiteit toch relatief onstedelijk en niet zo dichtbebouwd aan. Vandaag wordt Nieuw Zuid internationaal bekeken als voorbeeld.
Het was, zegt hij, “een gedurfde keuze” van de masterplanners, die risico’s inhield. Waar een gesloten bouwblok de stad weinig vat geeft op wat er binnenin gebeurt, hangt bij een open structuur veel af van de kwaliteit van de private binnengebieden. “Als je daar zoals in veel gesloten bouwblokken een soort rommeligheid op die private binnengebieden zou krijgen, die niet of niet voldoende onderhouden worden, dan zou dat heel storend werken in het stadsbeeld,” legt hij uit. Dat de binnengebieden mee ontworpen zijn door Bas Smets, met wat Paeleman “een robuuste landschappelijkheid” noemt, hielp om net dat te vermijden.“Er is een eenheid tussen de private en publieke zones, en zowel eigenaars als bezoekers houden dat beeld intact. Dat werkt ook echt. In steden waar weinig afval op de straten ligt, zijn mensen ook vanzelf ook geneigd om het netjes te houden.”
Het landschap eerst, de gebouwen pas daarna
Bij Nieuw Zuid werd het landschap uitgetekend vóór de gebouwen een plaats kregen — een volgorde die destijds ongewoon was. Het masterplan van Secchi-Viganò onderscheidde zich van de andere wedstrijdvoorstellen doordat het als enige een groot park voorzag, mede door de woonunites die anders in dat park hadden onder te brengen in enkele torens. Zo ontstond ruimte voor twaalf hectare park en buurtgroen.
Dat park is voor Paeleman meer dan decoratie. “De glooiingen in het park zijn er omdat hetdeels wadi is en deels een akoestische buffer tegen de omliggende wegen.” Om de levenskwaliteit en de rust te vrijwaren, worden alle wagens in ondergrondse parkeerplaatsen ondergebracht. De woonsite zelf is autoluw en opgedeeld in verschillende woonerven. “Het masterplan bevatte een hele hoop principes, onder andere ook rond duurzaamheid die voor onszelf toen ook erg vernieuwend waren en nu gemeengoed zijn geworden. Daarin waren we indertijd zeker pioniers. Ook essentieel in het masterplan waren de zichtlijnen. Het masterplan deelt de buurt op in zeven striga’s, buurten binnen de buurt zeg maar. Die staan loodrecht op de Schelde, zodat zoveel mogelijk woonunits zicht hebben op het water of het omliggende groen.
Het verhaal van Nieuw Zuid toont hoe een sterk masterplan de basis legt voor een leefbare en toekomstgerichte stadswijk. Door een duidelijke langetermijnvisie te combineren met voldoende flexibiliteit, ontstaat een stedelijke omgeving die niet alleen vandaag werkt, maar ook kan meegroeien met de noden van morgen.